MAGIC OF STORIES
DE DWAAS – CONNOR GRANT (1)

DE DWAAS – CONNOR GRANT (1)

Eerste deel in de thriller-serie met Connor Grant in de hoofdrol: ‘de dwaas’, verschijnt 2021.  

Gebroken door de vermissing van zijn 11-jarige dochter Riley, en de daarop volgende zelfmoord van zijn vrouw Sam, besluit rechercheur Connor Grant afstand te nemen van zijn oude leven. Hij leeft een teruggetrokken leven als schrijver, tot hij opdracht krijgt van de mysterieuze Leyla Rivers om het plaatsje Alttown te onderzoeken. Grant raakt geïntrigeerd door haar verhaal over een vreemde vloek en een vermeende erfenis in het afgelegen dorp. Hij wil antwoorden en reist af naar de oude mijnstad, die afgesloten is van de moderne wereld. De dorpelingen leven er als mormonen.

De antwoorden die Grant vindt, onthullen een sinister plan. Nooit had hij kunnen vermoeden welk duister geheim Alttown verbergt.

DE DWAAS is de eerste thriller in de Connor Grant serie.

DE DWAAS IS HET EERSTE DEEL IN DE ARCANA-REEKS MET CONNOR GRANT IN DE HOOFDROL

De Dwaas is de nieuwe thriller van Lydia Albadoro. Ontdek de bijzondere wereld van Connor Grant en lees alvast achtergronden en de eerste hoofdstukken!

HOE HET ALLEMAAL BEGON

20 juli – Austerlitz

‘Meisje. Meisje! Weg hier, je moet weg hier,’ fluisterde de kale man die Riley uit haar slaap haalde en hardhandig meetrok uit de tent. Vlammen slingerden in een flits door naar boven, en net op tijd sprongen Riley en de man uit de tent, opzij. Een woesjjj en het hele tentzeil was één grote wapperende vuurzee. Het ochtendlicht leek de vlammen en rook door te trekken tot in de oranje horizon. Riley wilde gillen, maar de eelterige hand was te snel en trok haar genadeloos mee. Dit is geen droom, besefte ze. De drassige grond trok haar blote voeten naar beneden. De greep van de man was sterk en hij sleepte Riley verder en verder, vanuit het grasveld richting het donkere bos. Ineens stopte hij. Verward bekeek Riley zijn slungelige gedaante. Jawel, dit is wel een droom. Dit kan niet echt zijn. Ze wurmde haar hand los. De man draaide zich om, en in het schemerlicht zag ze zijn woeste uiterlijk. Hij grijnsde zijn scheve tanden bloot.

‘Een klein, wild beest ben je!’ Hij greep opnieuw Rileys hand vast. Ze vulde haar longen met lucht. Nog voor ze kon schreeuwen vouwde hij zijn andere hand over haar mond. ‘Vies, vuil beest. Kijk eens wat je hebt gedaan.’

Riley kon het niet geloven. Achter zich zag ze vuur en rook. Vlammen sprongen wild over van tent naar tent. Geschreeuw. Kinderen renden in paniek over het grasveld, sommige in vlammen gehuld. Ze vielen op de grond, rolden door de modder.

‘Kijk goed, meisje. Kijk maar goed,’ zei de zware stem.  De vlammen trokken over alle tenten, naar de waslijn, omhoog, tot naar de vlag. Riley probeerde in de hand te bijten. Zijn grip werd alleen maar steviger, waardoor ze bijna geen lucht binnenkreeg. Ze brieste door haar neusvleugels. Die hand over mijn mond ruikt vreemd, naar alcohol en benzine. Verderop zag ze een jongen opstaan uit de modder. Hij zette een paar stappen en viel voorover. De volwassenen zagen hem niet liggen. Ze renden af en aan met emmers water. Kreten van gruwel. Geschreeuw en gehuil van kinderen. Tranen gleden over Rileys gloeiende wangen. De jongen bleef doodstil met zijn gezicht in de modder liggen.

‘Riley?’ gilde iemand. ‘Riley? Waar ben je?’ Ze wilde het uitgillen en zette zich schrap. Hier ben ik. Hier!

De hand drukte nog harder tegen haar mond. ‘Genoeg!’ De man trok haar verder het bos in. Ze brieste luider en luider, snakkend naar lucht. De hand was te groot. Ze vocht om haar hoofd los te draaien. Het duizelde voor haar ogen. Alles draaide. Takken leken haar te grijpen. Haar armen en benen verslapten.

 ‘Riley?’ Een fluistering in de verte, of was het echt? Het geschreeuw verdween. Buiten het breken van takken leek het stil. Zie je wel, het is een droom. Riley voelde de slaap terugkomen en ze sloot haar loodzware oogleden. Ik word zo wakker, dit is maar een droom. Haar benen schokten. Trillingen trokken onder haar huid, alsof er duizenden mieren binnenslopen en door haar aderen marcheerden. Slapper en slapper liet ze zich worden, tot de hand losliet. Iets ruws wreef over haar wang.

‘Hé, wakker worden!’ zei de man. Nee! gilde de stem in haar hoofd. Niet luisteren, Riley. Niet je ogen openen! Ze werd wild heen en weer geschud. Iemand trok aan haar kleding. De alcohollucht was dichtbij. Haar neusvleugels werden dichtgedrukt en een vieze smaak blies iets in haar. Riley ademde luid in toen de alcoholdamp haar longen vulde. Ze schoot omhoog en kuchte het uit.

‘Ja, je doet alsof, hè meisje?’ Tranen gleden langs haar wangen naar beneden. Ze liet zich achterovervallen, ademde de boslucht oppervlakkig in en hield haar oogleden krampachtig dicht. De handen streken de tranen weg. Riley draaide haar hoofd van de alcoholadem vandaan en slikte een aantal keren. Ineens scheurde hij haar shirt open. Haar kleding werd losgetrokken. Riley schopte. Meteen waren er handen die haar vastgrepen.

‘Mooi meisje. Goed zo. Wat ben jij een smerig, klein, wild beest,’ hijgde hij in haar oor. Een hand gleed over haar blote been. Riley krijste, zo hard ze kon, zonder haar ogen te openen. Niet kijken. Het is niet echt! Alsjeblieft, wakker worden! De ruwe handen stopten bij haar nek. Een tak achter haar brak af. Er klonk een raar geluid: zoeffff. Een vreemde kreun. Als een fluistering. Zwaarte viel over Riley heen en drukte haar dieper in de modder. Het zware bleef liggen en drukte haar borstkas ineen. Riley kreeg amper lucht. Ineens werd de zwaarte van haar lijf gerukt. Verwonderd opende ze haar ogen. De alcoholman lag naast haar. Zijn ogen wijd opengesperd. Zijn lippen bewogen op en neer. Hij wilde iets zeggen, maar er kwam geen geluid. Donker sap stroomde onder zijn hoofd vandaan. Riley draaide zich misselijk weg. Nog voor ze op kon springen en kijken wie er achter haar stond, greep een hand haar nek vast en duwde een zakdoek over haar neus en mond. Een onbekende lucht trok in haar neus en Rileys hart sloeg op hol toen ze de damp inademde.

‘Ssst. Alles is goed. Slaap lekker,’ zei een vrouwenstem. Ze klonk ver weg. Zie je wel, het is een droom. Een lange en nare droom, dacht Riley voor ze verdween in een stille mist.